Schermen voor schijfconfiguratie en -status

In dit onderwerp vindt u informatie over enkele velden die in de schermen voor de schijfconfiguratie en -status worden afgebeeld. U kunt online informatie over alle velden en hun mogelijke waarden lezen.

Veld Unit: Een apparaatnummer wordt door het systeem toegewezen ter identificatie van een specifiek schijfstation. Het apparaatnummer is een softwarefunctie, die niet zichtbaar is als u de hardwareconfiguratie afbeeldt. Als bescherming door spiegeling is ingesteld voor schijfstations, wordt aan beide schijfstations hetzelfde apparaatnummer toegewezen.

Veld Resource Name: De manager voor systeemresources wijst een resourcenaam toe aan elk hardware-apparaat dat fysiek met het systeem is verbonden. Deze resourcenaam fungeert als koppeling tussen de hardware- en de softwaredefinitie van de hardware. Als u een schijfstation aan een hulpgeheugenpool (Auxiliary Storage Pool, ASP) toevoegt, geeft u het schijfstation aan met de resourcenaam.

Veld Status voor de ASP: Op het scherm staat de status van een hulpgeheugenpool als geheel. De status geeft de programmatische schijfbescherming aan die voor de hulpgeheugenpool van kracht is. Mogelijke waarden zijn:

Status-disk unit: Op het scherm wordt tevens de status van de afzonderlijke schijfstations afgebeeld. Mogelijke waarden zijn: