Schermen voor schijfconfiguratie en -status
In dit onderwerp vindt u informatie over enkele velden die in de schermen voor de schijfconfiguratie en -status worden afgebeeld. U kunt online informatie over alle velden en hun mogelijke waarden lezen.
Veld Unit: Een apparaatnummer wordt door het systeem toegewezen ter identificatie van een specifiek schijfstation. Het apparaatnummer is een softwarefunctie, die niet zichtbaar is als u de hardwareconfiguratie afbeeldt. Als bescherming door spiegeling is ingesteld voor schijfstations, wordt aan beide schijfstations hetzelfde apparaatnummer toegewezen.
Veld Resource Name: De manager voor systeemresources wijst een resourcenaam toe aan elk hardware-apparaat dat fysiek met het systeem is verbonden. Deze resourcenaam fungeert als koppeling tussen de hardware- en de softwaredefinitie van de hardware. Als u een schijfstation aan een hulpgeheugenpool (Auxiliary Storage Pool, ASP) toevoegt, geeft u het schijfstation aan met de resourcenaam.
| Unprotected | Bescherming door spiegeling is niet actief voor de hulpgeheugenpool. Mogelijk is pariteitsbescherming voor apparatuur wel actief voor enkele of alle schijfstations in de hulpgeheugenpool. Vraag de gegevens van elk schijfstation afzonderlijk op om het beschermingsniveau te bepalen voor de hulpgeheugenpool. |
| Mirrored | De hulpgeheugenpool wordt volledig beschermd. Bescherming door spiegeling is gestart voor de pool. Alle schijfstations in de hulpgeheugenpool worden beschermd door bescherming door spiegeling of door pariteitsbescherming voor apparatuur. |
Status-disk unit: Op het scherm wordt tevens de status van de afzonderlijke schijfstations afgebeeld. Mogelijke waarden zijn:
| Operational | Het schijfstation is operationeel en gereed om invoer- of uitvoerbewerkingen te accepteren. |
| Not operational | Het apparaat kan niet communiceren met de I/O-processor (IOP). Controleer of het station is aangezet. |
| Not ready | Het apparaat kan geen opslagmediumfuncties uitvoeren, maar communiceren met de I/O-processor is wel mogelijk. |
| Busy | Het apparaat is niet beschikbaar voor de verwerking van opdrachten via de verbinding. |
| Read/write protected | Het apparaat kan geen lees- of schrijfbewerking verwerken. Deze apparaatstatus is mogelijk opgetreden vanwege een cacheprobleem, een probleem met de apparatuurconfiguratie of andere problemen die de betrouwbaarheid van gegevens in gevaar brengen. |
| Write protected | Het apparaat kan geen schrijfbewerkingen accepteren. Leesbewerkingen zijn wel toegestaan. |
| Performance degraded | Het apparaat is operationeel, maar de prestaties worden mogelijk beïnvloed door andere hardwareproblemen (zoals een probleem met de cache van de I/O-processor). |
| Redundant failure | Het apparaat is operationeel, maar de beschikbaarheid wordt mogelijk beïnvloed door andere problemen (zoals een probleem met een redundante voedingseenheid). Er is onderhoud nodig ter voorkoming van extra fouten die invoer- en uitvoerbewerkingen met het apparaat stoppen. |
| DPY/Failed | Het station maakt deel uit van een schijfstationsubsysteem waarvoor pariteitsbescherming voor apparatuur is ingesteld. Er is een fout opgetreden op het schijfstation binnen de apparatuurpariteitsset, waardoor gegevensbescherming voor de set verloren is gegaan. |
| DPY/Unprotected | Het station maakt deel uit van een schijfstationsubsysteem waarvoor pariteitsbescherming voor apparatuur is ingesteld. Er vindt niet langer gegevensbescherming plaats vanwege een fout in een andere resource. |
| DPY/Rebuilding | Het station maakt deel uit van een schijfstationsubsysteem waarvoor pariteitsbescherming voor apparatuur is ingesteld. De gegevensbescherming wordt opnieuw samengesteld. |
| DPY/Active | Het station maakt deel uit van een schijfstationsubsysteem waarvoor pariteitsbescherming voor apparatuur is ingesteld. Het station is operationeel en gereed om invoer- of uitvoerbewerkingen te accepteren. |
| DPY/Resyncing | Het station maakt deel uit van een schijfstationsubsysteem waarvoor pariteitsbescherming voor apparatuur is ingesteld. Op het subsysteem worden de redundantiegegevens voor de apparatuurpariteitsset opnieuw gemaakt. Deze status geldt voor alle status in de set die worden gesynchroniseerd. |
| DPY/Unknown | Het station maakt deel uit van een schijfstationsubsysteem waarvoor pariteitsbescherming voor apparatuur is ingesteld. Het systeem kent de status van dit station niet. |
| Active | Het station maakt deel uit van een gespiegeld paar. Gegevens kunnen ernaar worden geschreven of ervan worden gelezen. |
| Suspended | Het station maakt deel uit van een gespiegeld paar. Het is niet mogelijk gegevens ernaar te schrijven of ervan te lezen. De gegevens op het station zijn niet actueel. Als de schijf bijvoorbeeld moet worden hersteld of handmatig is aangehouden, heeft het de status Aangehouden. |
| Resuming | Het station maakt deel uit van een gespiegeld paar. De acutele gegevens worden naar het station gekopieerd van het andere actieve station dat deel uitmaakt van het gespiegelde paar. |
| Unprotected | Het apparaat heeft een status die niet kan worden vastgesteld. |