Bekabeling in het plafond

Traditioneel wordt de bekabeling (netsnoeren of signaalkabels) voor computersystemen meestal aangebracht binnen een rek of onder een verhoogde vloer. Er bestaat echter toenemende interesse in het werken met niet-verhoogde vloeren, waarbij het nodig kan zijn om de bekabeling (of een deel daarvan) aan te brengen aan het plafond.

Hier worden de overwegingen besproken met betrekking tot bekabeling via het plafond van IBM®-rekken van 19 inch (7014-T00, 7014-T42, 7014-B42, 0551 of 0553) en van 24 inch die zijn aangeschaft voor IBM Power Systems-servers.

Net als elektronische apparaten kunnen kabels en netsnoeren optreden als antennes die elektromagnetische energie uitzenden. De niveaus hiervan zijn gering (minder dan die van een mobiele telefoon) en zijn niet gevaarlijk voor mensen, maar kunnen wel storend zijn voor andere elektronische apparatuur. De emissie van een mobiele telefoon wordt bijvoorbeeld gemeten in volt per meter, terwijl een Power Systems-kabel wordt gemeten in microvolt per meter. Kleine hoeveelheden elektromagnetische straling kunnen elkaar echter versterken omdat meerdere kabels meer elektromagnetische energie uitzenden dan een enkele kabel.

Door kabels neer te leggen op een betonnen vloer kan de emissie worden beperkt, omdat de vloer een deel van de energie absorbeert. Het aanbrengen van kabels onder een verhoogde vloer helpt ook voor het verminderen van de emissie. Wanneer kabels echter in de lucht worden opgehangen, is er geen sprake meer van de emissiereducties die worden gerealiseerd door een betonnen ondervloer, verhoogde vloer of beide.

Door IBM ondersteunde configuraties voor servers en I/O-eenheden in rekken voldoen aan de vereisten voor elektromagnetische compatibiliteit (EMC) volgens industriële normen en de eigen normen van IBM. Bij de desbetreffende tests worden de kabels op de vloer gelegd. Ter ondersteuning van bekabeling aan het plafond moeten er aanvullende tests worden uitgevoerd, waarbij de kabels aan het plafond worden gehangen en de geselecteerde configuraties opnieuw worden getest. Veel configuraties voor bekabeling aan het plafond zijn echter niet getest en worden niet ondersteund door IBM. Om die reden is bekabeling aan het plafond voor een Power Systems-server in een IBM-rek van 19 of 24 inch doorgaans geen ondersteunde configuratie.

Bekabeling aan het plafond is meestal geen probleem. De kans dat er interferentie met een apparaat buiten het datacenter optreedt, is vrij klein. De enige manier om uit te zoeken of een configuratie problemen kan opleveren, is om deze te testen en vast te stellen of er sprake is van interferentieproblemen in het datacenter. Als bekabeling aan het plafond een probleem veroorzaakt, kan dit gevolgen hebben voor draadloze apparatuur in het datacenter (bijvoorbeeld een draadloze thermometer of luchtvochtigheidsmeter die probeert met een vaste snelheid gegevens te melden, maar die in plaats daarvan foutieve of onregelmatige gegevens verzendt). De interferentie kan ook optreden op een radio-ontvanger/zendstation, met meer achtergrondruis dan verwacht. De interferentie kan mogelijk ook een slechte ontvangst op een radio of televisie veroorzaken.

Het is mogelijk, maar onwaarschijnlijk, dat de emissies van bekabeling aan het plafond problemen veroorzaken voor een andere computer of opslagapparaat in het datacenter.

Er zijn verschillende maatregelen die u kunt treffen om de emissies van bekabeling aan het plafond te beperken. Maar let op: deze beperkende technieken zijn weliswaar nuttig, maar als u ze gebruikt, betekent dit niet dat u een door IBM ondersteunde configuratie hebt. IBM heeft immers geen uitgebreide tests uitgevoerd op uw specifieke configuratie. De beperkende werkwijzen verhelpen mogelijk alle problemen, maar totdat het is getest en gecertificeerd, wordt het systeem niet officieel ondersteund door IBM.

Voorbeelden van verminderingen zijn:
  • Werk met afgeschermde (Ethernet-) kabels in plaats van niet-afgeschermde (Ethernet-) kabels.
  • Scherm de kabelpaden af en zorg dat deze afscherming is geaard aan beide uiteinden van de kabel.
  • Scherm de kabels zelf af.
  • Voeg filters (kleppen, krulkabels, ferrietkernen en dergelijke) toe aan de kabels.

Met filters wordt de emissie van een bepaald frequentiebereik beperkt. Verschillende typen kabels hebben een verschillende emissie op basis van samenstelling, lengte, signalen en de plaats waar ze zijn aangesloten. Een glasvezelkabel verzendt geen radiofrequentie (RF) zoals een metalen kabel, tenzij de glasvezelkabel een metalen afscherming heeft. Voedingssnoeren, SCSI-kabels, SAS-kabels, koperen Fibre Channel-kabels en SPCN-kabels hebben meestal weinig emissie. InfiniBand-kabels zijn aanzienlijke zenders in vergelijking met netsnoeren. Niet-afgeschermde Ethernet-kabels zijn waarschijnlijk de meest significante zenders. Langere metalen kabels kunt u beschouwen als grotere antennes die meer emissie geven. Kortere kabels geven minder emissie. Als u beschikt over meerdere rekken van 19 of 24 inch en u kabels moet aanbrengen tussen de rekken, kunt u de emissies beperken door de kabels in het rek te houden in plaats van deze buitenom naar het andere rek te laten lopen.

Het gebruik van kabels aan het plafond voor uw Power Systems-servers maakt uw IBM-overeenkomst voor garantie of onderhoud niet ongeldig.1 Als IBM Service and Support echter van mening is dat een probleem betrekking heeft op kabels aan het plafond, heeft IBM Service and Support het recht om de garantie- of onderhoudsovereenkomst op te schorten totdat het systeem weer aan de voorwaarden voldoet. Daarom dient u het gebruik van bekabeling aan het plafond te bespreken met uw lokale IBM Service en Support-organisatie, voordat u een nieuw bekabelingsschema in gebruik neemt.

Kabels kunnen altijd aan de onderkant van het product naar buiten worden geleid, in overeenstemming met de installatie-instructies voor het product. Nadat de kabels aan de onderkant van het product naar buiten zijn geleid, kunnen ze aan de buitenkant naar boven worden geleid, naar kabelgoten aan het plafond. Daarbij moeten de juiste bekabelingstechnieken worden gebruikt.

1De klant mag in geen geval extra gaten of openingen in de productbehuizing aanbrengen. Net als met de EMC-tests het geval is, moet IBM voldoen aan de branche- en internationale standaarden op het gebied van productveiligheid. Deze vereisten zijn niet alleen bedoeld voor de veiligheid van de klanten van IBM, maar ook voor IBM's eigen servicemedewerkers. Elke aanpassing van de fysieke structuur van een behuizing maakt de veiligheidscertificeringen voor het product ongeldig.